Iets wat we nu nog zelden eten is wit brood. Nochtans at ik in mijn jonge jaren niets anders. Ik herinner me nog het Expo-brood bijvoorbeeld. Het zat in zo’n leuke wit/rood/blauwe zak. Dat brood kwam niet bij ons op de tafel maar bij mijn oude tante Jeanne. Zij woonde aan de andere kant van het dorp. Elke dinsdag ging mijn moeder er poetsen en moest ik tijdens de middagpauze op school langs de bakker op het plein om de hoek (de enige in het dorp die het bakte) om haar bestelde brood op te halen. Zelf haalden we ons brood bij de bakker over de deur. Het was mijn vader die meestal ons lunchpakket maakte. Dé favoriet in mijn brooddoos waren zijn gemetselde boterhammen. Ik stond er meestal ‘met mijn beeldje bij‘ als hij ze maakte; goed wat boter, daarop bruine (kindjes)suiker en mengen/metselen maar. Net zoals je mortel maakt. Hij metselde dus eigenlijk onze bokes aan elkaar. Als kind vonden wij dat fantastisch én super lekker.

Ik krijg er nog het water van in mijn mond als ik eraan denk. Wat me ook te binnen schoot van de week waren onze bokes met kandijsiroop. Je weet wel, die siroop voor op de pannenkoeken. Wij mochten het soms op onze boterham doen. Terwijl je at drupte dat dan langs de achterkant tussen je vingers en op de tafel. Je moest je boterham naar alle kanten balanceren om de siroop zo goed mogelijk te verdelen zonder dat hij over de randen ging. Oh, waar is de tijd!? De goesting na al die herinneringen was zó groot dat ik het niet kon laten al dat lekkers nog eens te proeven. Het smaakte enorm maar er mankeerde wel één belangrijk iets… mijn vader. Dertig jaar is het alweer geleden dat hij stierf, vandaag dertig jaar geleden dat hij begraven werd. De pijn slijt zeggen ze, en ja misschien is dat wel zo maar het gemis dát blijft even groot. Elke dag nog.

Aanbevolen artikelen