Zaterdagnamiddag was ik present op de viering van een vereniging waar ik vroeger lid van was. Het was zeker 3 jaar geleden dat ik nog eens op een bijeenkomst was geweest en ik was dan ook een beetje zenuwachtig. In die tijd was ik 20 kg dikker door de medicatie
en had ik kort stekelhaar en droeg ik een bril. Niemand herkende mij dan ook met mijn nieuwe (oude) look van maatje
40, zonder bril en met lang donker haar. Telkens weer moest ik mezelf voorstellen en dat was best een rare bedoening.
Als ze mijn stem hoorden, wisten ze wel dat ze me kenden van ergens. “In godsnaam, wie is dat?” zag je ze denken.
Met veel mensen werd het nadien dan ook een blij weerzien. Bijpraten, nieuwtjes uitwisselen,… Eén iemand had ik
daar niet verwacht en wou ik eigenlijk liever niet spreken. Ik herkende haar direct maar probeerde zoveel mogelijk uit
haar buurt te blijven. Een oude vriendin die 3 jaar geleden op mijn hart had getrapt en die ik sindsdien liever niet
meer in mijn leven zag verschijnen. Bijna was het me gelukt. Na het afscheid nemen en nog maar een paar meter van
de buitendeur verwijderd klampte ze me aan. Het werd als snel duidelijk dat ze nog niets was veranderd. Jaren terug
stond ik altijd voor haar klaar. Stond haar bij in de moeilijke periode van haar echtscheiding, bij ziekte, bij problemen allerhande terwijl
ik zelf ook kampte met de aanvaarding en de gevolgen van mijn ziekte en het psychisch niet gemakkelijk had. Maar wanneer ik het
moeilijk had, kon ik bij haar nooit terecht. Zelfs nu nog beseft ze niet wat er toen is misgelopen, terwijl ik haar toch heel
duidelijk gemaakt had waarom ik liever met haar wou breken. Vriendschap moet van 2 kanten komen. Ook nu weer
begon ze direct met een resem aan klachten van haar kant. Ze was weer wat zieker, haar relatie was niet wat ze
ervan verwachte. Het leven met haar vriend begon meer en meer te lijken op haar leven met haar ex. Blablabla… Ik
wou het eigenlijk liever niet horen maar knikte beleefd bij elk onderdeel van haar verhaal. “Hoe is het nu met jou?”
kwam niet over haar lippen. Toen ze klaar was zei ik haar dat ik net op het punt stond om naar huis te gaan en nog
steeds niet van gedacht veranderd was wat betreft onze vriendschap. Dat ze eerst moet leren om ook eens naar
anderen te luisteren. Haar hand eens op haar hoofd moet leren leggen en niet altijd de schuld in iemand anders zijn
schoenen moet schuiven als het op al het slechte in haar leven aankomt. Ik wenste haar het beste en ging door de
deur. Achteraf bekeken vond ik wel dat ik erg hard voor haar was geweest. Uit noodzaak. Een pure actie van
zelfbehoud. Voor ik er weer zelf van onderdoor zou gaan.

Aanbevolen artikelen