Doodop maar gelukkig…

Kwart over negen hoor ik hem roepen: ‘Oma, oma!’ Hij is zoals gewoonlijk heel blijgezind en knuffelt en aait zijn grote beer.

Bij het binnenkomen van de keuken vallen de nieuwe boekjes op de poef direct op en het eerste kwartier doet hij niets anders dan op de knopjes drukken. Nadien komt het Plop boekje nog boven omdat hij in één van de boeken een paddestoel heeft gezien dat, in zijn ogen, refereert naar kabouter Plop.

Aan tafel eet hij flink en wordt er duchtig gepraat. Vallen = pijn, Freul (Fleur, de kleine hond van mijn ma) = bang, Bobo (bobon) = kip (ze heeft kippen), Fa (Sam, onze hond), ee (eten), mama en papa en opa = werken, neeuw ma maa (sneeuwman maken).

Dan is het tijd om naar buiten te gaan. We wandelen naar de bib. Als we bijna terug thuis zijn valt hij in slaap. Van buggy naar bed is dus logisch. Hij valt in een diepe slaap. Eindelijk een beetje rust. Ik ben doodop… maar gelukkig.

Deze ook lezen?

Reacties gesloten.