We kenden Armand al vele jaren. In het begin van onze vriendschap hield hij zich nog “aan onze normen”. Gaandeweg kwam zijn Provençaalse eigenheid meer en meer naar boven. Niet dat we het erg vonden, het hoort er hier bij. Je weet dat vooraf. Wij vinden dat wel grappig. Als het echt dringend en belangrijk is liet hij ons nooit in de steek.
Zo bleek een keer bij aankomst de poetsrobot, door onze kleinkinderen Gerard gedoopt, kapot. Armand zou die de volgende dag komen herstellen. Toen hij na een uurtje bijpraten en aperitieven vertrok hoorden we hem langs zijn neus weg zeggen dat hij “morgen of ten laatste maandagnamiddag” zou langskomen om de robot te repareren. Wij keken elkaar aan en lachten. Wélke maandag zou hij daarmee bedoelen? Zouden we Gerard überhaupt nog weten werken voor we terug naar huis vertrokken? Zwemweer was het op dat moment niet en dat besefte Armand ook wel. Hahaha… Zaterdag, geen Armand. Zondag, geen Armand. Maandag, nog steeds geen Armand. De Franse slag, als je er niet tegen kan dan ga je best een andere richting uit.
Konden we nu nog maar op Armand wachten… hij is ondertussen overleden en we missen onze vriend nog steeds.
