Weet je wat ik doe?

Weet je wat ik doe?
Ik doe geen klap vandaag.
Ik blijf in m’n bed,
verzet geen stap vandaag.
Jij moet (het werk roept) er uit.
Je brengt me koffie, ‘k hoef nog geen beschuit,
en dan duik ik gauw weer onderuit.

Weet je wat ik doe?
Ik blijf lekker lui vandaag.
In de kussens loom languit,
ik heb zo’n bui vandaag.
De dekens zijn zo fijn,
de lakens net satijn.
‘t Licht wordt zacht gezeefd door het gordijn.

‘t Is al kwart over elf,
ik word langzaam mezelf,
ik ga zorgenloos om met de tijd.
Heel royaal,
ik kom weer op verhaal.
Zo een dag zonder gedoe,
ik wil nergens naartoe.

Weet je wat ik doe?
Ik ga een dagje schuil.
Buurman wast z’n wagen,
die van mij mag vuil.
‘t Gras blijft ongemaaid (ha ja, want we hebben geen gras),
de heg blijft ongesnoeid (dat is al gebeurd).
Ik pak een boek (‘Hij houdt niet van me, hij houdt van me’ van Claudia Carroll) dat boeit maar niet vermoeid.

Weet je wat ik doe?
Ik doe niet mee vandaag.
Als ik maar niets hoef
ben ik oké vandaag…

(Naar het lied ‘Weet je wat we doen’ van Conny Vandenbos)

 

Heerlijk te voelen dat je lichaam het vooruitzicht op zo’n dagje kan appreciëren, maar waarom voel ik me er zo fucking schuldig over?

Reacties gesloten.